CODE 1 hoofdstuk 14 regels: De relatieve bijzin met 'die' of 'dat'

Deel 2 van deze uitleg:

 

In deze zinnen is de conjunctie ook het onderwerp

(begin) hoofdzin

conjunctie
en onderwerp

rest

werkwoord

(rest hoofdzin)

De man,

die

daar

loopt

is mijn vader.

Het boek,

dat

op tafel

ligt

is heel interessant.

Vanmiddag praat ik met een vrouw,

die

vragen over de cursus

heeft.

 

Jullie kijken naar een tv-programma,

dat

heel interessant

is.

 


Probeer de oefeningen. Dan kun je zien of je het goed hebt begrepen.